Het nieuwe stelsel voor box 3, dat in 2028 moet ingaan, werd gepresenteerd als de grote oplossing voor het onrechtvaardige systeem van fictieve rendementen. Maar nu de details naar buiten komen, blijkt dat de ‘fictie’ nog niet helemaal de wereld uit is. Sterker nog: voor veel beleggers en huizenbezitters betekent het dat ze de portemonnee moeten trekken voor winst die ze nog niet eens in handen hebben.
De papieren winst van de belegger
De grootste verandering voor wie belegt in aandelen of obligaties heet de vermogensaanwasbelasting. Dit klinkt technisch, maar de impact is groot. In het nieuwe systeem kijkt de fiscus elk jaar naar de waarde van je portefeuille op 1 januari en op 31 december. Is je pakket aandelen in dat jaar 10.000 euro meer waard geworden? Dan betaal je daar belasting over.
Het addertje onder het gras: je hebt die aandelen nog niet verkocht. De winst staat alleen op papier. Als de beurs in de eerste week van het nieuwe jaar instort, heb je al wel belasting betaald over een ‘winst’ die inmiddels is verdampt. Je betaalt dus letterlijk over rijkdom die je nog niet verzilverd hebt.
Vastgoed: Toch weer een vast percentage
Voor mensen met een tweede woning (zoals een vakantiehuis of een verhuurd pand) is de situatie nog complexer. In eerste instantie was het de bedoeling om alleen belasting te heffen over de werkelijke winst bij verkoop. Maar dat bleek voor de Belastingdienst te ingewikkeld.
Het resultaat? Een hybride systeem. Bij verkoop van een pand betaal je belasting over de waardestijging (vermogenswinstbelasting). Maar voor de jaarlijkse inkomsten – de huur – rekent de fiscus nog steeds met een forfait. Omdat de Belastingdienst niet kan controleren wat je precies aan onderhoud of reparaties hebt uitgegeven, gaan ze uit van een vastgesteld percentage van de WOZ-waarde. Je betaalt dus belasting over een geschat inkomen, niet over wat er daadwerkelijk onder de streep overblijft.
De pleister op de wonde: Verliesoverrekening
Om het systeem nog enigszins verteerbaar te maken, komt er een regeling voor verliesoverrekening. Heb je een jaar flink verlies gedraaid op de beurs? Dan mag je dat verlies ‘meenemen’ naar volgende jaren om toekomstige winsten mee te compenseren. Dit moet voorkomen dat je over de jaren heen meer belasting betaalt dan je aan rendement hebt behaald. Maar let op: dit geldt alleen voor je beleggingen, niet voor je spaargeld.
Waarom is dit besluit nu genomen?
De Tweede Kamer heeft schoorvoetend ingestemd met dit voorstel. De reden is simpel: de tijd dringt. De huidige overbruggingswet is juridisch wankel en de overheid heeft de miljarden uit box 3 hard nodig. Hoewel veel partijen kritiek hebben op het feit dat mensen belasting moeten betalen over geld dat ze nog niet hebben (de aanwasbelasting), werd dit gezien als het ‘minst slechte’ alternatief dat de ICT-systemen van de Belastingdienst aankunnen.
Wat betekent dit voor jou?
- Voor de spaarder: Voor jou verandert er het minst. Je betaalt over de werkelijke rente die je ontvangt. Is de rente nul? Dan betaal je niets.
- Voor de belegger: Je moet rekening houden met een jaarlijkse belastingclaim over je ongerealiseerde winst. Je hebt dus meer cash nodig om je belasting te betalen, ook als je je aandelen liever wilt vasthouden.
- Voor de huizenbezitter: Je krijgt te maken met een mix van een vast percentage over de waarde (voor de huur) en een belasting over de winst op het moment dat je het huis verkoopt.