Wie de afgelopen maanden een nieuwe laptop heeft aangeschaft of een poging deed om een krachtige desktop samen te stellen, heeft het waarschijnlijk al gemerkt aan de kassa: de prijzen voor computergeheugen schieten door het dak. Waar een setje van 32GB DDR5-geheugen vorig jaar nog voor een schappelijke honderd euro over de toonbank ging, moet de consument nu vaak diep in de buideltas tasten voor bedragen die richting de vijfhonderd euro kruipen. Het is een bittere pil voor de gemiddelde gebruiker, maar achter deze prijsexplosie schuilt een complex samenspel van factoren waarin kunstmatige intelligentie de hoofdrol speelt.

Storm rondom geheugen

De kern van het probleem is volgens analisten en industriereuzen zoals Micron een “perfecte storm” in de chipsector. De enorme opmars van AI-modellen zoals ChatGPT en Gemini heeft gezorgd voor een onverzadigbare honger naar rekenkracht, maar vooral naar geheugen. Om deze systemen te laten draaien, zijn tienduizenden grafische processoren (GPU’s) van bedrijven zoals Nvidia nodig. Deze chips hebben echter een heel specifiek en peperduur type geheugen nodig: High Bandwidth Memory (HBM).

Alle zinnen gezet op AI

HBM is niet zomaar een snellere versie van het geheugen in je laptop. Het is een technologisch hoogstandje waarbij geheugenchips verticaal op elkaar worden gestapeld om de data-overdracht te versnellen. Micron, een van de drie grootste geheugenfabrikanten ter wereld, liet onlangs in een rapportage via CNBC weten dat hun volledige voorraad HBM-chips voor heel 2025 en zelfs 2026 al volledig is uitverkocht.

Voor de consument is dat slecht nieuws. Omdat fabrikanten zoals Samsung, SK Hynix en Micron al hun pijlen richten op deze lucratieve AI-markt, blijft er simpelweg minder productiecapaciteit over voor het ‘gewone’ geheugen (DRAM) dat in smartphones en pc’s gaat. Het maken van één HBM-chip vreet bovendien drie keer zoveel grondstoffen en ruimte in de fabriek als de productie van standaard geheugen. Hierdoor ontstaat een kunstmatige schaarste die de prijzen van alledaagse componenten omhoog stuwt.

De exit van de consumentenmarkt

De situatie is zo nijpend dat sommige fabrikanten radicale keuzes maken. Micron kondigde onlangs zelfs aan hun bekende consumentenmerk Crucial grotendeels op een laag pitje te zetten om zich volledig te kunnen focussen op de zakelijke AI-klanten. Wanneer de grootste spelers op de markt besluiten dat de gewone consument minder prioriteit heeft dan tech-giganten als Google en Microsoft, is het resultaat onvermijdelijk: minder aanbod en torenhoge prijzen.

Daarnaast speelt de technische complexiteit een rol. Een nieuwe fabriek stamp je niet zomaar uit de grond; de bouw van een moderne chipfaciliteit duurt jaren en kost miljarden euro’s. Hoewel er momenteel massaal wordt geïnvesteerd in nieuwe fabrieken, onder meer in de Verenigde Staten, zal die extra capaciteit pas rond 2027 of 2028 merkbaar zijn op de markt.

Computergeheugen blijft voorlopig peperduur

Voorlopig lijkt er geen einde te komen aan de prijsstijgingen. Analisten voorspellen dat de prijzen voor geheugen dit kwartaal alleen al met meer dan vijftig procent kunnen stijgen. De tijd dat je voor een paar tientjes je computer kon upgraden, lijkt hiermee voorgoed voorbij.

Wat we nu zien, is een fundamentele verschuiving in de tech-industrie. Computergeheugen is niet langer een goedkoop massaproduct, maar de meest gewilde grondstof van de 21e eeuw geworden. Zolang de AI-gekte aanhoudt en fabrikanten hun handen vol hebben aan de orders van Nvidia en consorten, zal de consument genoegen moeten nemen met minder geheugen voor meer geld. De computer is officieel een luxeartikel geworden, en de reden daarvoor is niet inflatie, maar de onstuitbare opmars van de algoritmes.