De Super Bowl is normaal gesproken een synoniem voor overdaad. Miljoenen liters bier, tonnen aan snacks en een enorme logistieke operatie die meestal een gigantische ecologische voetafdruk achterlaat. Maar de laatste editie in het Allegiant Stadium in Las Vegas laat zien dat het ook anders kan. Voor het eerst in de geschiedenis slaagde de NFL erin om een ‘net-zero’ evenement neer te zetten. Dat klinkt als een marketingterm, maar de cijfers achter de schermen laten zien dat er een serieus plan aan ten grondslag lag.

Woestijnzon als krachtbron

De eerste stap naar een duurzamer evenement begon bij de stroomvoorziening. Het Allegiant Stadium, de thuisbasis van de Las Vegas Raiders, draait sinds kort volledig op 100% hernieuwbare energie. Dat is in de woestijn van Nevada natuurlijk een logische keuze, maar de schaal is indrukwekkend: een enorm zonnepark met meer dan 600.000 panelen voorziet het stadion van stroom.

Tijdens de Super Bowl betekende dit dat alles – van de felle stadionlampen en de gigantische schermen tot de geluidsinstallatie van de halftime show – draaide op opgewekte zonne-energie. Het laat zien dat zelfs de meest energievretende evenementen ter wereld niet langer afhankelijk hoeven te zijn van fossiele brandstoffen als de infrastructuur op orde is.

Een logistieke oorlog tegen afval

De grootste uitdaging bij zo’n evenement is echter de enorme berg afval die de tienduizenden fans produceren. De NFL hanteerde een strikt beleid om zo min mogelijk op de vuilnisbelt te laten belanden. Het doel was een zogeheten diversion rate (het percentage afval dat wordt hergebruikt of gerecycled) van maar liefst 90 procent.

Dit werd niet alleen bereikt door simpelweg meer prullenbakken neer te zetten. Achter de schermen vond een enorme sorteeroperatie plaats. Al het afval dat in het stadion werd verzameld, ging naar een speciaal verwerkingscentrum. Daar werd alles handmatig en machinaal gescheiden. Plastic, glas en metaal gingen terug de recyclingketen in, terwijl organisch afval een heel andere bestemming kreeg.

Van voedselresten naar biomassa

Voedselverspilling is vaak de grootste boosdoener bij grote stadions. De aanpak in Las Vegas was tweeledig. Ten eerste werd al het ongeserveerde eten – maaltijden die wel bereid waren maar niet verkocht – direct gedoneerd aan lokale voedselbanken. Zo kwamen duizenden kwalitatieve maaltijden terecht bij mensen die het hard nodig hadden in plaats van in de container.

De restjes die wel op de borden van de fans bleven liggen, werden omgezet in nieuwe energie. Via een proces van anaerobe vergisting werden etensresten omgezet in biogas. Wat er daarna nog overbleef aan organisch materiaal, werd verwerkt tot compost voor de lokale landbouw. Zo bleef de cirkel rond en ging er vrijwel niets verloren.

Hergebruik van de aankleding

De verduurzaming stopte niet bij de laatste fluit. Een evenement als de Super Bowl brengt kilometers aan tijdelijke vloerbedekking, duizenden reclameborden en enorme hoeveelheden decoratiemateriaal met zich mee. In plaats van deze materialen na één dag weg te gooien, werden ze gedoneerd aan lokale non-profitorganisaties. Tapijten kregen een tweede leven in opvangcentra en de materialen van de tijdelijke constructies werden hergebruikt voor bouwprojecten in de gemeenschap.

Een nieuwe standaard voor de sportwereld

Natuurlijk kun je vraagtekens plaatsen bij de vluchten die fans maken om bij het stadion te komen, maar op het gebied van de operatie ter plaatse zet de NFL hiermee een nieuwe standaard. Het bewijst dat ‘duurzaamheid’ en ‘schaalgrootte’ geen tegenpolen hoeven te zijn.

Als een evenement met de omvang van de Super Bowl nagenoeg afvalvrij kan draaien op zonne-energie, verdwijnt het excuus voor kleinere evenementen en stadions om dit niet te doen. Het net-zero-succes in Las Vegas is dan ook meer dan een groen vinkje op een checklist; het is een blauwdruk voor de toekomst van de professionele sport.