In 2025 was ‘Golden’ van HUNTR/X een grote hit. Pas als je de credits opzoekt, zie je dat er geen mens aan te pas kwam. Geen schrijver met liefdesverdriet, geen producer in een donkere studio, zelfs geen zanger van vlees en bloed. Alleen een algoritme dat miljoenen liedjes heeft geanalyseerd om dit ene perfecte nummer voor jou uit te spugen.

Het is geen sciencefiction meer; het gebeurt terwijl je dit leest. Maar betekent dit dat de menselijke muzikant zijn instrumenten wel bij het grofvuil kan zetten?

Muzikaal behang uit de machine

Laten we eerlijk kijken naar waar we muziek voor gebruiken. Een groot deel van de tijd is het simpelweg achtergrondgeluid. We willen iets opzwependers tijdens het sporten, iets rustigs tijdens het studeren of een pretpark-deuntje terwijl we in de rij staan voor de achtbaan. Dit noemen we ‘functionele muziek’.

Voor dit soort genres is AI geen bedreiging, maar een logische volgende stap. Waarom zou een bedrijf nog duizenden euro’s aan rechten betalen voor een dertien-in-een-dozijn beat, als een computer voor een fractie van de cent een oneindige stroom aan ‘prima’ muziek kan maken? In de lift, de supermarkt en de wachtkamer van de tandarts luisteren we waarschijnlijk binnenkort alleen nog maar naar computerberekeningen. Dat is efficiënt, goedkoop en — eerlijk is eerlijk — voor die situaties ook wel goed genoeg.

De grens van het algoritme: de ‘foutjes’

De echte discussie begint bij muziek die we luisteren omdat het ons raakt. Muziek is namelijk meer dan een wiskundige opeenvolging van tonen. Het is een vertaling van een menselijke ervaring. Een AI kan weliswaar doen alsof hij liefdesverdriet heeft door een snik in de stem te programmeren of voor mineurakkoorden te kiezen, maar er zit geen verhaal achter.

We luisteren naar een artiest als Billie Eilish of Stromae omdat we weten dat zij die pijn, die woede of die vreugde echt hebben gevoeld. Het is die verbinding tussen twee mensen die voor kippenvel zorgt. Een algoritme kiest altijd de meest logische volgende noot op basis van statistiek. Een menselijke muzikant kiest soms juist voor een onlogische stap, een rauw randje of een ‘mooie fout’. Juist die imperfecties maken een nummer legendarisch. Een computer is simpelweg te perfect om echt interessant te blijven.

De muzikant als de nieuwe regisseur

Toch hoeven we AI niet te zien als de grote vijand. In de geschiedenis van de muziek zijn er vaker technologieën opgekomen die ‘het einde van de echte muziek’ zouden betekenen. Denk aan de elektrische gitaar, de synthesizer of autotune. Uiteindelijk werden dit gewoon extra instrumenten in de gereedschapskist van de artiest.

In de nabije toekomst zal de muzikant waarschijnlijk een soort regisseur worden. Heb je een geweldig idee voor een melodie, maar ben je niet goed in het schrijven van teksten? De AI geeft je tien suggesties waar je zelf weer aan kunt schaven. Zoek je een specifiek geluid van een strijkorkest maar heb je geen budget voor dertig violisten? De computer regelt het. De mens blijft degene die de ziel erin blaast en beslist wat de moeite waard is om te laten horen. AI neemt het beroep van maker niet over.

AI-muziek zorgt voor hunkering naar echt zweet

Misschien zorgt de vloedgolf aan AI-muziek juist wel voor een tegenreactie. Hoe meer ‘perfecte’ digitale muziek we horen, hoe groter de behoefte wordt aan iets wat echt is. We zien dat nu al aan de enorme populariteit van vinyl en de prijzen voor concertkaarten. We willen niet alleen de muziek horen; we willen de artiest zien zweten op een podium. We willen die ene valse noot horen die bewijst dat we naar een levend wezen luisteren.

AI gaat de hitlijsten ongetwijfeld domineren als het gaat om snelle hap-slik-weg pop. Maar voor de muziek die we op onze bruiloft draaien, waar we bij huilen als het tegenzit of die we meeschreeuwen in een dampende festivaltent, blijven we op zoek naar die menselijke vonk. De computer mag dan de noten kraken, de emotie blijft ons terrein.